Ctrl+Shift↗
← Alle afleveringen
Ctrl+Shift aflevering 11
Afl · 11
27 oktober 2026 · 1:18:19 · met Stijn Van Der Meulen

Als scheidsrechter win of verlies ik nooit. Als ondernemer wel.

Als scheidsrechter kan Stijn Van Der Meulen altijd terugvallen op de regels. Als ondernemer moet hij die zelf uitvinden, elke dag opnieuw. Hij fluit al 22 jaar op provinciaal niveau en bouwde Netwerkers.be uit, een community van duizenden ondernemers die elkaar ontmoeten zonder elevator pitch en zonder verkoopdruk. Het begon met een eenzame lunch als zelfstandige: hij nodigde iemand uit, en nog iemand, en zo groeide het.

NieuwNetwerkenOndernemenCommunityAI
Beluister op Spotify
Show notes

In deze aflevering

  • Waarom zoveel zaakvoerders netwerken als een verplichting zien, en hoe het anders kan
  • Waarom Stijn omzet moest opgeven om echt te doen wat hij wilde
  • Wat zijn scheiding en corona in gang zetten
  • Waarom wie geeft het meest terugkrijgt, op voorwaarde dat je geeft aan mensen die het waard zijn
  • Hoe je op een groepje afstapt en een gesprek netjes afrondt
  • Wat je meeneemt naar een event, en waarom netwerkhygiëne even belangrijk is als je visitekaartje
  • Wat het fluitje hem leerde over beslissen onder druk
  • Hoe hij ChatGPT gebruikt om de juiste mensen aan tafel te zetten, en waarom AI netwerkevents nooit overbodig maakt
  • Zijn gouden tip: begin vandaag met video op LinkedIn
“Als scheidsrechter win of verlies ik nooit. Als ondernemer wel.”
SV
Gast deze aflevering
Stijn Van Der Meulen
Netwerkers.be, scheidsrechter op provinciaal niveau
Transcriptie

Lees het volledige gesprek

Licht opgekuist: stopwoorden en herhalingen zijn weggelaten.

Jan: Goeiemiddag Stijn, welkom in onze podcast. Hoe gaat het met jou?

Stijn: Goed. Op het moment dat wij deze podcast opnemen, is het weekend bijna aangebroken. Dan komen de mensen mij op een voetbalveld tegen, want zodra het vrijdagnamiddag is, begint bij mij het weekend, en weekend is eigenlijk synoniem voor voetbal. Dus dit weekend zien ze mij concreet in Vissenaken, Herent en Tongeren.

Jan: Voilà. Stijn, misschien kunnen we zo meteen het linkje maken voor de mensen die jou nog niet kennen. Wie is Stijn Van Der Meulen?

Stijn: Ik ben een mensenmens, een no-bullshit, high-on-energy gast die radicaal eerlijk wil zijn met zichzelf. Dat lukt natuurlijk niet altijd. Ik wil mezelf zien zoals ik ben, en ik wil de anderen zien zoals ze zijn. Ik ben heel veel bezig met gezien worden, omdat ik dat belangrijk vind. Ik heb ondervonden: als heel veel mensen je kennen, is het leven gemakkelijker. Dan komt er veel meer op je af.

Stijn: Ik ben ook arbiter in het voetbal, al 22 jaar. Dat is ongeveer de helft van mijn leven. Ik had nooit gedacht dat ik dat zou worden. Ik doe dat op provinciaal niveau en ik vind dat fantastisch om te doen. Je moet ook een job zoeken die bij je past, en ik doe eigenlijk gewoon wat in het verlengde ligt van mezelf: babbelen en anderen begrijpen.

Jan: Prachtig. Als ik me niet vergis, ben je eigenlijk iets anders geschoold. Een stukje rechten gedaan, en klinische psychologie.

Stijn: Dat je dat gevonden hebt. Ik ben eigenlijk kandidaat in de rechten. Ik dacht dat ik strafpleiter zou worden. Dat leek me wel iets: daar vooraan staan, urenlang pleiten over echt belangrijke dingen in het leven. Ik had toen nog geen idee wat belangrijk zou zijn, maar dat leek me zoiets als moord. Hoe kun je iemand zijn leven afpakken? Die moet de bak in. Dat was vroeger altijd mijn gedachte. Maar na een paar jaar ben ik gaan inzien dat het toch heel veel boekenwerk en opzoekwerk is. Ik kon er niet meer tegen, urenlang neerzitten. Ik besefte ook: hier zit wel een stevige ADHD-component in mij.

Stijn: Dus ben ik psychologie gaan studeren, omdat ik menselijk geïnteresseerd ben. Ik dacht: ik kan misschien therapeut worden, en als dat niet lukt, is dat niet erg. Ik vond ook dat ik nooit echt goed was in omgaan met mensen. Ik was geïnteresseerd in psychologie, maar ik had thuis niet geleerd om sociaal te zijn. Dus ik vond het belangrijk om dat te leren. En dan kom je op de arbeidsmarkt, Jan, en denk je: wat moet ik nu gaan doen? Want psycholoog worden was toch niet mijn ding. Dat is ook weer te veel bureauwerk.

Stijn: Dan ben ik een paar dingen gaan proberen. Een daarvan was verkoop, accountmanagement. En ik dacht: moet ik mensen overtuigen om van leverancier te veranderen? Misschien zijn ze heel content. Dus ben ik mij gaan focussen op retentie van klanten. Hoe kun je ervoor zorgen dat ze klant blijven? Door hun misschien andere dingen te bieden. Ik kan je bijvoorbeeld in contact brengen met andere klanten van mij. Daarna ben ik op zelfstandige basis accountmanager geworden.

Stijn: En toen besefte ik: ik zit nu altijd alleen te eten. Dat is toch niet oké? Waanzin. Dat begon gewoon met 's middags een andere zelfstandige tegenkomen die ook alleen moest gaan eten. En toen we met twee aan het eten waren, dacht ik: waarom vragen we er niet nog iemand bij? Dus nog wat bellen, en dan kwam er nog iemand bij, en nog iemand. Ik vond dat zo een grappig beeld: die lunch met zes man was gedaan, en iedereen legde een briefje van twintig euro op tafel. Want ik had vooraf gezegd: het is een vaste plaat, met een drankje inbegrepen, en dat is twintig euro. Dat is de vaste prijs die het restaurant voor ons doet. Ik vond dat geweldig.

Stijn: Dan waren we met twaalf man, en ik dacht: dat begint al een beetje veel te worden, misschien moet ik dat groter aanpakken. Via via ben ik aan een zaal geraakt in Aarschot, de stadsfeestzaal. En we waren met vijftig. Dat was toen spaghetti en drank à volonté voor dertig euro. Ik had altijd niks verdiend.

Stijn: Dan dacht ik: hoe kan ik er nu aan verdienen? Door meer geld te vragen. Maar wat ga je dan organiseren, wat werkt er heel goed? Toen ben ik zelf intensief beginnen netwerken. Ik ben overal naartoe geweest, en ik ondervond dat er eigenlijk niks was dat echt bij mijn karakter paste. Ik was rond de dertig en begon mezelf toch wat te leren kennen. Ik had mijn manier van doen waar ik mij goed bij voel. En ik besefte: op al die netwerkevents waar ik geweest ben, voel ik me nergens echt helemaal thuis.

Stijn: Dus dacht ik: hoe kan ik een thuis creëren voor mensen, waar netwerken niet voelt als een verplichting, maar als iets waar ze zich goed bij voelen? Dat was een zoektocht, Jan. Ik ben gaan experimenteren met verschillende soorten events. Uiteindelijk is dat uitgemond in een concept dat elke maand plaatsvond, om te beginnen niet zo ver van bij mij thuis, in Tielt-Winge. Dat ging goed, en toen besefte ik: ik kan eigenlijk mijn andere job als accountmanager laten afbouwen en het netwerken laten groeien.

Stijn: Maar ik liep tegen één ding heel hard aan: ik trok mensen aan die heel hard op verkoop gericht waren. Ik vind verkoop ook heel belangrijk, want ik ben er elke dag mee bezig om een deal binnen te halen. Elke dag één deal maakt dat ik zelfstandig kan zijn. Ik begrijp dus wel dat mensen dat willen. Maar het is meer dan dat. Als mijn processen beter zijn, als mijn website beter werkt, als mijn marketing beter is, dan krijg ik automatisch meer klanten, leek mij. Dus ben ik aan die processen beginnen werken, en zo ben je aan je eventformule aan het sleutelen.

Stijn: En het is pas na covid, na een bezinningsperiode, dat ik echt vind: oké, dit is nu wat ik wil. Netwerkers.be zoals het nu is, acht, negen jaar na de start. Het kan allemaal nog beter worden, maar ik heb nu wel het gevoel: ik weet wie ik ben, ik weet wat ik belangrijk vind in mijn leven, ik ben opengebloeid, ik sta open voor mensen. Ik merk dat openstaan voor mensen de noodzakelijke voorwaarde is om goed te kunnen netwerken. En ik merk dat ik, door dat online met een soort luidspreker aan heel veel mensen te vertellen, mensen aantrek met dezelfde mindset.

Jan: Ik ga je even stoppen. Je sprak daarnet over het begin: je had wat mensen uitgenodigd om te lunchen. Wat moet ik me voorstellen bij zo'n lunch? Werden daar ervaringen uitgewisseld? Je vertelde al dat er wat verkoopspraat tussen zat. Hoe is dat verhaal eigenlijk gegroeid?

Stijn: Dat was heel fel: wat doe jij? Terwijl ik meer bezig ben met: wie ben jij? Maar ik merkte dat de andere mensen vooral bezig waren met: wat doe jij van job, wie zijn je klanten? Ik doe dit, wil jij geen klant worden? Dus ik ondervond: hier moet aan gesleuteld worden. Want wat iemand doet, is het niet. Ik doe nu iets, jij ook, en misschien doen we binnen tien jaar iets anders. Dat vind ik relatief. Maar wie je bent, staat redelijk vast. Er kunnen situaties in je leven zijn die je de ogen openen op bepaalde vlakken, maar in principe ben je redelijk stabiel qua waarden en hoe je in het leven staat.

Stijn: De kans dat je morgen pakweg in een tiny house gaat wonen en schilder wordt, is vrij klein. Wie je bent is relatief stabiel. Ik ben ook niet van dag op nacht veranderd, ik heb mezelf veel beter leren kennen, en jij misschien ook. Ik wil meer bezig zijn met wie die persoon is, de mens achter de ondernemer, dan puur met wat doe jij van job en kan ik klant worden of omgekeerd. Dus het was niet gemakkelijk om mijn eigen nest te maken waar iedereen zich thuis voelde. Het ging te veel over sales, het ging alleen maar over sales. Dat was een frustratie.

Jan: Ben je dan beginnen bijsturen op basis van het gevoel dat je zelf kreeg? Of ben je toen al aan die processen beginnen werken om van Netwerkers.be een verhaal te maken waarmee je uniek werd?

Stijn: Ik wou natuurlijk ook centen verdienen. Er moet ook brood op de plank komen, dus je moet ook zien dat er gewoon klanten zijn die willen betalen. Genoeg spaghetti's verkopen, genoeg stoofvlees met friet, dat was het toen, om te kunnen leven van wat ik deed.

Jan: Genoeg spaghetti's verkopen.

Stijn: Maar dat zit ook in de schaarste. Je hebt te weinig klanten en je vraagt te weinig geld voor wat je doet. Dus je moet heel veel klanten hebben, en je pakt om het zo te zeggen iedereen. Je bent niet selectief. Terwijl sommige mensen eigenlijk geld kosten, want andere mensen lopen ervan weg. Dus het was echt finetunen en kijken hoe en wat. Maar ik vond dat moeilijk, want er is een trein vertrokken, en je publiek trekt ook publiek aan. Heb je vijf mensen die vanuit schaarste heel hard bezig zijn met verkopen, dan trek je mensen aan die ook zo zijn.

Stijn: Dus ik heb zitten denken: ik moet meer het verhaal gaan vertellen van waarom. Je ziet gewoon rondom je dat mensen begeesterd zijn. Die zijn cursussen gaan volgen en die vertellen dingen, en mensen zijn daar heel geïnteresseerd in. Ik dacht: blijkbaar moet je waarde beginnen geven. Je moet tegen Jan zeggen: Jan, ik ken je nu goed, misschien moet je het zo en zo doen, en ga je daardoor meer verdienen en een gelukkiger leven leiden. Mensen waren heel geïnteresseerd in de weinigen die echt waarde deelden.

Stijn: Toen dacht ik: aha. Als ik dat nu zelf heel veel ga doen, en ik laat een stukje los van 'ik moet genoeg geld verdienen en genoeg business doen', en ik vraag er meer geld voor, misschien komt het dan wel goed. Maar ik wist ook: als ik hier tabula rasa maak met wat we nu doen, ga ik onvermijdelijk klanten kwijtraken. Je kan dat vergelijken met iemand die thuis niet helemaal gelukkig is met zijn of haar partner, maar denkt: moet ik mijn huis opgeven en mijn kind niet meer elke dag zien? Je moet beginnen loslaten, dat is een heel proces. Ik weet nog dat mijn omzet in één keer een duik naar beneden moest nemen om echt te kunnen doen wat ik wou.

Jan: En wanneer heb je echt beseft: oké, dit wordt een bedrijf? Ik kan me inbeelden dat een eventje organiseren en mensen samenbrengen heel leuk is en veel waarde teruggeeft. Maar vanaf wanneer zag jij: hier zit een businessmodel in?

Stijn: Dat ging rap, Jan. Ik was een jaar lang rond gaan lopen, en ik kon het mij permitteren om volle bak te gaan netwerken, omdat het bij mijn bestaande klanten als accountmanager vooral om contracten vernieuwen ging. Dat ging eigenlijk vlot. Ik had ook iemand in dienst genomen, en op een bepaald moment drie mensen. Dat was een financiële strop voor mij, omdat ik niet de juiste profielen had en omdat ik geen ondernemer was die mensen kon aansturen. Ik had geen leiderschap, dat was allemaal mijn ding niet. Ik was een micromanager.

Stijn: Maar het netwerken ging wel redelijk hard, omdat mensen voelden: hier wordt met de glimlach genetwerkt, het gaat er niet blasé aan toe, de meeste mensen deugen hier. Maar ik ondervond één cruciaal aspect, Jan. Zodra ik lokale clubjes had, kreeg ik mensen die zeiden: ik kom naar hier omdat het dichtbij is, ik moet maar twee straten rijden. Terwijl ik zei: je moet niet naar hier komen omdat het vlakbij is, je moet naar hier komen omdat het jouw ding is. Ik wist al heel rap dat hier geld mee te verdienen was, dat ik er mijn job van kon maken, en dat is ook gelukt. Maar het was moeilijk. Ik heb extreem veel genetwerkt.

Stijn: Het is pas echt met corona dat ik een reset kon doen. Ik was ook net daarvoor gescheiden, dus ik moest een andere manier van leven gaan bedenken. Met mijn scheiding in 2019 en covid in 2020, toen de eventsector platviel, ben ik zowaar boeken beginnen lezen. Dat had ik nooit van mijn leven gedacht, want ik had tijdens mijn studies te veel gelezen, en ik ben een mens die niet kan stilzitten. Ik kreeg toen een boek cadeau, Seven Habits, De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Ik heb er zes maanden over gedaan, omdat ik er met andere mensen over begon te babbelen, want ik begreep het ook niet helemaal. Dat was het begin van mijn ontwikkeling, zo'n zes jaar geleden.

Stijn: Toen ben ik pas echt bezig geweest met leiderschap en ideeën. En ik besefte: veel meer mensen moeten stilstaan bij dingen, bij zichzelf, en hun processen laten verbeteren. Maar ik wou geen coachingsgroep zijn, het moest netwerken blijven. Na corona dachten we misschien dat het als een raket omhoog zou gaan. Maar dat was niet zo. Een hoop mensen hadden zoiets van: netwerken, dat heb ik niet nodig. Mijn gezin is gelukkig, thuis zijn is ook goed, ik heb vrienden, het is allemaal oké. Dus ik merkte: ik moet in 2024 een serieuze reset doen, of dat komt niet goed.

Jan: Is dat niet iets typisch Belgisch? Ik kreeg deze week zelf nog feedback op een pitch online: jullie hebben wel zeer Belgisch gepitcht, het is wat braafjes en terughoudend. Het ligt misschien ook een stukje aan mijn eigen stijl, maar zijn wij als Belgen niet ondernemers die wat te veel in onze schelp zitten? Ik verwijs even naar onze Nederlandse vrienden, die wat meer het karakter hebben om naar buiten te komen, met elkaar te praten en zaken te doen.

Stijn: Dat is moeilijk. Het gaat er niet alleen om dat mensen naar buiten komen, maar ook dat ze naar buiten kunnen brengen wat ze binnen hebben. Dat ze overtuigd zijn van zichzelf en weten waar ze voor staan, en dat ze ook niet bang zijn van concurrentie. Ik weet wat ik aanbied. Voor bepaalde mensen past dat perfect in hun levensfase, en dat zijn tevreden klanten. Iedereen heeft wel ideale klanten: dankbare klanten, die hun facturen betalen, die niet zagen, die klanten aanbrengen, die meerwaarde geven. Ik denk dat het heel belangrijk is dat mensen in zichzelf geloven, maar het helpt ook als ze bijvoorbeeld meer financiële kennis hebben van hun bedrijf. Als je weet wanneer je kan investeren en hoeveel.

Stijn: Je merkt dat veel mensen sukkelen met twee dingen: communicatie en organisatie. Dat zijn de twee hoofdmoten. Bij organisatie denken ze: moet ik mijn processen anders structureren, moet ik dat nu met AI doen of niet? Heb ik daar wel genoeg geld voor, genoeg cashflow? Dus het helpt als mensen gewoon kunnen babbelen over: ik zit met dat probleem, wie kan het oplossen? En pitchen hoort daar ook bij. Hoe doe je je verhaal, hoe kom je naar buiten? Dat hoort bij communicatie, verhalen vertellen. Dat inspireert mensen om anders te gaan babbelen.

Stijn: Bij mij was dat nu ook met mijn video's. Ik zeg tegen al mijn klanten: alsjeblieft, laat mij een video met je maken. We gaan naar buiten wandelen. We gaan het niet binnen in een stoffig kantoor doen. Je hebt een t-shirt aan, een vuile frak. Mensen zeggen soms: oei, mijn frak is wat vuil. Laat dat allemaal vallen. Je ziet er inderdaad niet uit als een zakenman, het is precies chill in je vrije tijd. Ik ga je een vraag stellen en je vertelt het mij frank en vrij. Als het niet goed is, gaan we het wissen. Maar het is sowieso goed, want het is naturel. Zo heb ik ondervonden dat ik het verhaal van de mensen meer en meer naar buiten kan brengen.

Stijn: Ik moet er ook voor zorgen dat er op die avond mensen zijn die kunnen helpen met hoe je je verhaal naar buiten brengt, en mensen die bezig zijn met hoe je LinkedIn gebruikt. Dus nu is het eigenlijk een proces van groeien in hoe je je zaak structureert en naar buiten brengt. Mensen vragen: ik doe dit, word jij klant bij mij of ken jij klanten voor mij? Ik begrijp die vragen, ze zijn superlegitiem. Maar het is vermoeiend als je continu moet vragen: ik heb je nodig als klant, want ik heb niet genoeg klanten, of heb je geen klanten voor mij? Je bent altijd maar aan het vragen. Ik heb ondervonden dat het leuker is om te zeggen: ik pak mijn bedrijf op die en die manier aan en dat is een succes. Heel veel inspiratie haal ik uit wat mensen de voorbije jaren gebracht hebben.

Jan: Hebben ondernemers vandaag nog moeite om kennis te delen? Of is het: dat is mijn geheimpje en ik doe het op mijn manier?

Stijn: Ik ben gezegend, Jan, met het feit dat we bij Netwerkers.be een poel hebben van een paar duizend mensen die frank en vrij delen. Het is voor mij raar om op andere events te komen waar mensen zo terughoudend zijn. Ik heb ondervonden dat je twee categorieën hebt. Mensen die zeggen: ik wil vooral inspireren, delen, vertellen wat ik allemaal geleerd heb. En dat is ook de perfecte pitch, want je brengt kennis aan een ander, en die denkt: amai, die kent daar precies veel van, en die helpt mij hier, misschien moet ik daar klant worden. Dat is een betere manier dan zeggen: ik ga niks vertellen, ik ga niet alles gratis weggeven. Je openstellen voor anderen en bereid zijn om te helpen, op dat moment gratis, dat werkt.

Stijn: En dan zeggen mensen soms tegen mij: ik ben teleurgesteld, ik heb nu voor tienduizend euro aan waarde weggegeven, maar er is nog niemand klant geworden. Dan zeg ik: wacht. Je hebt bijna op je klok gekeken, en dan begint het af te tellen. Zoals in het voetbal tegenwoordig, wanneer de keeper niet rap genoeg uittrapt: vijf, vier, drie, twee. Het kan niet rap genoeg gaan. Die keepers zijn vrij gestresseerd tegenwoordig. Maar wie zelf zit af te tellen op een business event of de dagen erna, is vooral voor zichzelf frustrerend bezig. Dus vanuit schaarste naar een event gaan is not done.

Jan: Maar is dat ook niet een beetje omdat heel veel mensen niet weten hoe ze moeten netwerken?

Stijn: Absoluut. En ik heb gemerkt, Jan, dat het werkt als ik de voorbije jaren tips deel. Mensen pikken dat op, ze zijn daar geïnteresseerd in. De pagina van Netwerkers.be op LinkedIn heeft bijna zevenduizend followers. Dat is enorm veel. Er is dus een markt om dingen te leren. En er zijn bepaalde zaken waar bijna iedereen tegenaan loopt. Mensen vinden het bijvoorbeeld moeilijk om iemand aan te spreken. Ze weten niet goed of het gepast is om in een groep in te breken of niet. Dan gebruik ik vaak de metafoor van de koevoet.

Stijn: Een coach van mij zei: als er een groepje staat te babbelen en je wil erbij gaan, moet je daar niet met een koevoet binnenbreken. Je moet manieren vinden om je daarin te integreren. Ik ben recent gaan spreken bij een heel toffe organisatie in Wilrijk, waar ik via een klant van mij terechtkwam die zei: kunnen we daar niet een beetje de boel dynamiseren, want we willen beter leren netwerken. Het deed mij een gigantisch plezier, Jan, dat die mensen na de sessie inbraken in een groepje, want dat moest ook gebeuren. Door te vragen: zal ik iets te drinken halen voor jullie? Dat werkt zo goed.

Stijn: Hoe kom ik aan die tip? Mensen geven ook zelf tips tijdens opleidingen, maar zulke tips bedenk je ook door zelf te proberen. Je kan op allerlei manieren in een gesprek inbreken, en iets gaan geven is dan een goede insteek. Dus ik denk altijd: in welke situatie het ook moeilijk is, wat kan ik geven? In plaats van 'ik wil weggaan' of 'ik wil erbij komen', denk aan iets geven. Moet ik iets gaan halen voor jullie? Dat is een heel goede manier om binnen te geraken, want de meeste mensen willen wel iets drinken. Iets anders waar ze tegenaan lopen: hoe geraak je van iemand af?

Jan: Ik moet naar het toilet.

Stijn: Het voorbeeld dat jij nu geeft, is wat het meest gezegd wordt. De mensen moeten ook naar het toilet, dat is een heel goed voorbeeld. Alleen geef je daar ook weer niks. Ik geef dan altijd het voorbeeld: Jan, als ik van je af wil, zeg je misschien zinvolle dingen, je bent niet aan het zagen, maar ik wil nog naar daar en daar, want ik heb nog vier man die ik zeker wil spreken. Dan kan ik tegen je zeggen: ben je geïnteresseerd om hier nog andere mensen te leren kennen buiten mij? Wie zou je nog graag willen spreken? Vertel eens wat voor beroep of wat voor soort mens je wil zien. En als ik echt niemand ken, dan zeg ik gewoon: de organisator kent zeker veel mensen, die gaat je met de juiste mensen in contact brengen.

Stijn: Als ik mezelf zo bezig hoor, denk ik soms: komt dat nu heel afgeborsteld of geforceerd over, of oprecht? Maar als er één mens de go-to person is op zo'n event, dan is het wel de organisator. Dus ik vind dat helemaal niet verkeerd qua netwerketiquette. En ik ben niet de meest beleefde mens. Ik ben vriendelijk, maar niet altijd zo beleefd vind ik zelf, omdat ik een nonconformist ben. Ik wil wel warm, hartelijk en goed zijn voor die mensen. In het eerste voorbeeld heb ik drank gegeven, in het andere voorbeeld heb ik een mens gegeven. En waarvoor komen mensen naar een event? Om iets te drinken en om mensen te leren kennen.

Jan: Absoluut. Misschien een domme vraag, maar wat neem je mee naar een netwerkevent? Ik denk aan een visitekaartje, maar zijn er vandaag andere dingen die zeker mee moeten?

Stijn: Eén: praktisch gezien een opgeladen gsm, waar nog wat schijfruimte op is, zodat je eventueel een selfie kan nemen met iemand. Dat vind ik geweldig, Jan. Stel dat je iemand ziet die meedeed in mijn filmpjes, en je zegt: ik ken je van die filmpjes. Dan vraag ik: vind je het goed als we een selfie nemen? En die selfie stuur je door naar die persoon via WhatsApp: hé, ken je hem nog? Dat is een leuke manier om het ijs te breken, vanuit een herkenbare figuur, een gemeenschappelijk contact. En je krijgt er ook iets van terug, een dopamineboost, want dat geeft een big smile.

Stijn: Dus een gsm meenemen, opgeladen, met wat schijfruimte, ook om bijvoorbeeld op LinkedIn met elkaar te connecteren. Dat kan je doen door in de app op de zoekbalk te duwen. Dan komt rechts dat scannertje tevoorschijn. Je duwt erop, en dan kan je ofwel je code tonen, ofwel die van de ander scannen. Jan, jij doet in AI. Misschien kan je in deze podcast een foto of een schermafbeelding daarvan bijplakken?

Jan: Dat kunnen we regelen.

Stijn: Dan heb je de mensen iets bijgeleerd met deze podcast. De meeste mensen weten niet dat je iemand zo in twee seconden kan toevoegen, in plaats van te moeten zoeken tussen de 37 mensen met dezelfde naam. Dus een gsm meenemen, punt nummer één. Punt nummer twee: visitekaartjes zijn niet verplicht. Als de ander zijn gsm meeheeft, kan je zeggen: ik stuur je meteen een mail, en dan heb jij mijn gegevens ook. Er zijn mensen die zeggen: het is toch handig om een kaartje af te geven, dat onthouden ze. Dat is waar. Maar als we geen kaartje hebben, kunnen we altijd zeggen: Jan, ik wil je wel leren kennen, vind je het goed als ik je nummer krijg?

Stijn: En dan maak ik bijvoorbeeld een foto samen, en ik maak een korte notitie, bijvoorbeeld: Jan zoekt tegenwoordig dit of dat. Probeer in je gsm ook een korte notitie te maken, zodat je een aanknopingspunt hebt voor de volgende keer dat je iemand ziet, of dat nu een uur later is, een half jaar later, of online. Dat je iets concreets hebt om op terug te vallen.

Stijn: Dus één: je gsm meenemen, goed opgeladen en met voldoende schijfruimte. Twee: kaartjes zijn goed, maar absoluut niet noodzakelijk. En ten derde zou ik zeggen: een bepaald zen-gevoel. Als ik ergens toekom en ik zit nog in een bui van razernij, en ik moet eerst bij jou zitten zagen over wat een slachtoffer ik ben, dan is dat niet zo aangenaam. Dus net zoals op een voetbalveld stap ik een netwerkevent niet binnen met frustratie. Dan ben ik nog liever dertig seconden boos op het toilet of buiten, lekker goed vloeken, dan dat ik binnenkom en een half uur tegen iedereen moet uitvliegen. Dus daar hoort een beetje netwerkhygiëne bij. Je gaat vooraf je dag niet volproppen met van alles en nog wat. Het gaat niet alleen over zen zijn, maar ook over goed omgaan met je energie om te socialiseren.

Jan: Absoluut. Veel prikkels, veel energie.

Stijn: Als ik totaal overprikkeld een event binnenkom, gaat het daar niet verminderen. Het gaat alleen maar erger worden. Dus ik plan vooraf heel weinig in. Niks, dat is een ideale wereld. Niks is: mijn gras afrijden, op mijn gat in het gras gaan zitten, en de vogeltjes die fluiten. Of buiten gaan wandelen. Maar helaas moet er ook nog gewerkt worden. Ik ga dus niet opgefokt een event binnen. Mijn dag zit niet boordevol, ik pas die hygiëne toe. Een niet te volle agenda vooraf en een vrij hoofd om binnen te stappen, dat is belangrijk.

Stijn: En dan zou ik ook zeggen: een deelnemerslijst, kennis van wie er is. Handig. Als ik je daar zie op een event en ik ken je naam al voor ik op een meter van je sta en je naamkaartje gezien heb, dat is leuk voor jou. Want de meeste mensen vinden het tof dat ze herkend worden. Misschien niet Ruben Van Gucht of Tom Waes als ze rustig iets willen gaan eten of drinken. Maar de meeste mensen op een netwerkevent zijn content dat iemand hen herkent. Dan zijn ze ook niet alleen, en via die persoon gaan ze eventueel nog een leuk gesprek hebben met anderen. Dus kennis van de deelnemerslijst.

Stijn: Ik heb hilarische voorbeelden van keren dat ik geen lijst vooraf had, maar dat er een voordracht bezig was en ik sneaky naar de inkom ging om te kijken of daar een deelnemerslijst lag. Dan ging ik een paar namen even opzoeken op LinkedIn, om de gezichten te kennen van mensen die ik in het verleden al gezien had, soms tien jaar geleden. Als ik dan tegen iemand die ik tien jaar niet gezien heb kon zeggen: hoe is het nog? Dat is een onbeschrijflijke dynamiek die op dat moment ontstaat. Natuurlijk kent die mij niet meer na tien jaar, dat is te lang geleden. Maar het is gewoon fijn voor die ander. Die is verwonderd: amai, dat je me nog kent. Ik vind het zelf ook heel tof als iemand mijn naam kent, in plaats van: wat was je naam alweer?

Jan: Zo ben ik ooit aangesproken door Jean-Marie Pfaff, die naar mij kwam en zei: amai, dat is lang geleden dat ik je gezien heb. Ik had daarvoor nog nooit met meneer Pfaff gepraat.

Stijn: Het zou goed kunnen dat hij je verward heeft met iemand anders. Maar misschien heb je gewoon een Vlaams gezicht, Jan.

Jan: Voilà. Stijn, kun je ook netwerken op het voetbal?

Stijn: Absoluut. Maar ik heb het jarenlang niet gedaan, uit angst. Heel lang heb ik gezegd: ik wil geen zaken doen met die mensen, daar dient het niet voor. Ik ben daar om voetbalscheidsrechter te zijn. Ik wil niet dat ze me beschuldigen van: als bakker heb je daar een grote taart verkocht van twintig kilo, en nu kom jij hier fluiten. Dus ik dacht altijd: ik ga afstand houden. Maar ik besefte dat dat angst was. Dus op een gegeven moment heb ik gezegd: Stijn, je kan niet maken dat je dat van jezelf afsnijdt. Probeer eens iets anders. Hoe kun je je beginnen openstellen? En ik ben mij volle bak beginnen openstellen.

Stijn: Ik ben voorzichtig met het woord vriendschappen, want een mens heeft niet zoveel echte, diepe vriendschappen. Maar ik heb mensen die mij een knuffel geven als ze mij zien, die mij vastpakken, die mij een kus geven. Het is geweldig, omdat ik hun op heel veel manieren een goed gevoel heb gegeven. Het kan zijn dat je met gezond verstand van de regels afweek, wat wij regel 18 noemen. Het kan zijn dat je heel vriendelijk was voor iemand die overstuur was, en dat je die getroost hebt. Misschien heb je iemand gewoon laten kwaad zijn zonder hem een kaart te geven, om dan te zeggen: ça va, kunnen we nu babbelen? Zodat hij kon ventileren.

Stijn: En ik heb iets gedaan: ik heb gezegd, ik ga voortaan tegen iedereen vriendelijk zijn. Ik ga in veel gevallen in de kantine iedereen een hand geven als ik toekom, Jan, en als ik naar huis ga. Vroeger zei ik gewoon: salut. Maar Stijn, je geeft netwerktrainingen, een of twee keer per maand. Je doet netwerkevents, je zit op LinkedIn altijd te vertellen wat mensen moeten doen, en tegenwoordig ook op TikTok, Instagram en Facebook met de voetbalfilmpjes die ik maak. Zou je dan niet beter zelf het goede voorbeeld geven en echt sociaal zijn? Ik weet dat ik misschien ook ambetante mensen een hand heb gegeven, Jan, maar dat is niet erg. Het gaat erom dat je weer een paar mensen raakt.

Stijn: Er zijn nu mensen die tien jaar later tegen mij zeggen: ken je me niet meer? Ik heb die tien jaar niet gezien. Maar wat ze dan zeggen: ik volg je, ik zie je dagelijks passeren in filmpjes. Dan denk ik: voilà, hier ontstaat iets. Dan moet ik elke dag online een spoor achterlaten, en zo top of mind blijven bij die mensen, want ze zien me elke dag. Maar het begint met open zijn. Wat ik nu online doe, begon eerst offline. Mensen zeggen: ik weet niet goed wat ik op LinkedIn moet zeggen, moet ik mezelf wel tonen? Begin dan eens gewoon in het echt. Hoe ben jij in het echt? Ben je daar ook gesloten? Het begint eerst in het echt, en dan kan het online. Het gaat om openheid. Openheid is de sleutel tot alles.

Jan: Ik ga je een speciale vraag stellen die in twee richtingen gaat. Helpt je karakter als netwerker en ondernemer je om een betere scheidsrechter te zijn? En omgekeerd: neem jij dingen mee uit het scheidsrechter zijn naar de zakenwereld?

Stijn: Natuurlijk, en het is iets waar ik heel dankbaar voor ben. Wat ik leer, is samen met de liefde het belangrijkste in mijn leven. Leren en verbondenheid in de diepe zin, dat is het allerbelangrijkste dat ik gevonden heb om mij gelukkig te voelen. Wat neem ik mee uit de zakenwereld naar een voetbalveld? Ik heb natuurlijk geleerd door met mensen te babbelen dat je banden kan maken. Op het voetbal heb ik helaas niet zoveel tijd als op een netwerkevent, maar als ik één zin kan zeggen die raakt, heb ik al veel mensen mee. En omgekeerd zou ik tegen mezelf kunnen zeggen: Stijn, zou je je in de zakenwereld niet vaker beperken tot één zin? Dat heb ik eigenlijk wel geleerd: less is more. In beide situaties.

Jan: En krijg je op beide plaatsen het respect dat je verdient?

Stijn: Ik vind dat ik met mijn zaak wel respect verdien, want het is serieus werk geweest om dat op te bouwen. Het is helemaal niet simpel: hard werken, in combinatie met slim werken, en toch mens blijven en jezelf vinden. Amai, dat is werk geweest. Ik noem dat ook mijn levenswerk, omdat ik er mijn leven in heb gestoken. Ik heb jarenlang niets anders gedaan dan werken, omdat werken voor mij mijn zen was. Ik heb ook duizenden mensen mooie momenten bezorgd. En nog elke dag gooien we content online, en mensen vinden dat blijkbaar de moeite om te blijven volgen. Dat vind ik wel tof. En met al die mensen omgaan vraagt heel veel energie.

Stijn: Als arbiter: een trainer zei een tijd geleden tegen mij dat hij mij vroeger als speler had meegemaakt, en dat ik echt veel beter geworden ben in vergelijking met vroeger. Als arbiter komt er wel wat druk bij kijken, Jan, en je moet daar stevig in je schoenen voor staan. Twintig jaar geleden stond ik niet stevig in mijn schoenen. Ik was vrij onzeker. Ik wist ook niet hoe ik met overprikkeling moest omgaan. Als de ene zei: ref, je kan niet fluiten, en de andere ook, dan was ik heel rap heel hard overprikkeld, omdat ik die hygiëne niet had om er vooraf rustig naartoe te leven. Ik kende mezelf totaal niet. Tot mijn 27, 28 was mijn zelfkennis beperkt.

Stijn: Dus als arbiter verdien ik respect, vind ik, omdat het een heel moeilijke taak is. Daar hebben weinig mensen echt verstand van. Ik heb vooraf zitten nadenken, Jan: wat heb ik nu eigenlijk allemaal geleerd? Op TikTok, Facebook en Instagram bereik ik ongeveer honderdduizend mensen per dag. Niet altijd met een nieuw filmpje, maar ook met reacties op vorige filmpjes. Het gaat heel vaak over: wat is die regel en hoe werkt dat? Maar het psychologische gedeelte is voor mij duizend keer interessanter. Ik heb echt moeten leren omgaan met het feit dat mensen lastig doen tegen je, dat je daar het geduld voor moet hebben en niet in de verdediging mag gaan. Ik heb in al die jaren heel vaak tegen mezelf gezegd: kom aan, Stijn, zet eens je pet van arbiter op. Wat zou jij nu doen in die situatie? Op het voetbal moet je ook kalm blijven.

Stijn: Het grote voordeel, Jan, is dat er heel veel regels gemaakt zijn. Die regels staan daar. Ik kan te allen tijde zeggen: ik volg gewoon de regel. Ik zeg het niet zo, maar daar komt het eigenlijk wel op neer. Ik heb te allen tijde de regels om op terug te vallen, en dat heb je bij het ondernemerschap niet. Daar moet je de regels elke keer zelf weer uitvinden. Het is niet zo dat je het zo en zo moet doen en dan succesvol wordt. Dus eerlijk: als je het jaren doet, is arbiter zijn op een veld gemakkelijker dan een bedrijfje runnen. Als arbiter win of verlies ik nooit. Ik fluit mijn match. In 95 procent van de gevallen ga ik met een goed gevoel van het veld: ik heb de overgrote meerderheid van de beslissingen juist genomen en ik ben niet beslissend geweest. Terwijl je bij een bedrijf veel meer denkt: dit werkt niet, dit zit niet juist, ik moet het aanpassen. Dat is veel moeilijker, vind ik.

Stijn: Dus ook al denken mensen dat arbitrage zo moeilijk is: als je het jaar na jaar blijft doen en vertrouwen en respect opbouwt, helpt dat wel. Het voetbal is ook een veel kleiner wereldje. Je fluit vaak in je eigen buurt: twintig minuten naar Vissenaken dit weekend, 35 minuten naar Herent en 35 naar Tongeren. Dat is niet ver. Bij het ondernemerschap heb je, als je niet met grote bedragen of recurrente inkomsten zit, altijd nieuwe klanten nodig. Dus dat is toch moeilijker.

Stijn: Als er van de mensen die deze podcast beluisteren ook maar één het boek van Covey, De zeven eigenschappen van effectief leiderschap, eens gaat opzoeken, al is het maar een YouTube-filmpje van vijf minuten. Jan, ik weet niet wat jouw visie is, maar ik vind dat een fantastisch boek.

Jan: Dat is een van de betere boeken die ik al gelezen heb.

Stijn: Je hebt er in al die jaren wel wat gelezen. Dus een aanrader van ons allebei. Waarom vind jij dat boek trouwens een aanrader, Jan?

Jan: Omdat het voor mij een vrij visionair boek is, dat eigenlijk iedereen, zelfs los van ondernemen, anders leert kijken naar mensen en naar de omgang met elkaar.

Stijn: Bijvoorbeeld synergie. Dat woord heb ik eruit gehaald, en ik heb lang niet begrepen wat het betekende, want ChatGPT bestond toen nog niet. Ik heb moeite moeten doen om het te begrijpen. Elkaar beter maken. Elkaar tips geven, in plaats van: ik ben klant bij jou of jij bij mij. Gewoon: hoe kan ik je helpen om je processen beter te maken? Dat is iets fantastisch. En de win-win sowieso: we moeten allebei winnen. Op het voetbal is dat moeilijker. Maar daar zie ik de win als: ik mag hier mijn ding doen, ik heb het hier voor het zeggen, ik bepaal wat ik fluit en wat niet, en hoe ik manage. En de anderen krijgen een onpartijdige ref die zijn best doet. Dus er is een win-win.

Jan: Voilà. Ik wil even een bruggetje maken naar technologie. Je hebt zelf al een paar keer aangehaald dat je enorm inzet op technologie en social media. Hoe denk jij dat technologie het ondernemen vandaag beïnvloedt?

Stijn: Je hebt tegenwoordig een luidspreker. Je moet niet meer één op één tegen mensen iets gaan zeggen. Je moet niet overal naartoe rijden. Neem alleen al LinkedIn: afgelopen maand heb ik zeker honderd bijdragen gepost op LinkedIn, en ik denk dat ik daar een 400.000 weergaven mee gehaald heb. Ik ben blij met die return. Dus technologie helpt mij. Technologie helpt mij om stomme dingetjes waar mijn brein niet goed tegen kan, apenwerk noem ik dat, heel basaal en repetitief werk, te automatiseren. En ik heb soms inspiratie nodig, Jan. Dan kan technologie zoals ChatGPT mij helpen: Stijn, bekijk het eens zo. Zodat ik niet vastzit in een tunnelvisie.

Jan: En gebruik je dan artificiële intelligentie, of zijn het tools die je inzet voor je dagelijkse werking?

Stijn: Ik ben natuurlijk een mens die graag buiten speelt en zo weinig mogelijk met computers en technologie bezig is. Dus ik kan daar nog heel veel progressie in maken. Maar stel: twee bedrijven schrijven zich in bij Netwerkers.be. Een eigenaar van het ene bedrijf, een vertegenwoordiger van het andere. En dan vraag ik me af: zijn dat concurrenten? Pakweg tankstations enerzijds en laadpalen anderzijds. Dan gooi ik die twee bedrijven in ChatGPT en vraag ik: zijn dat concurrenten? Zijn er redenen om die mensen toch aan tafel te zetten? En wat kan ik naar die mensen toe benoemen, waarom ze in mijn ogen toch best samen aan tafel zitten, als er bijvoorbeeld weerstand zou zijn? Dat helpt mij enorm. Ook om minder fouten te maken: door dingen te automatiseren maak ik minder fouten. Ik ben ongelooflijk blij en dankbaar dat ik een aantal stappen heb kunnen zetten en tijd heb kunnen besparen door AI.

Stijn: Wat trouwens nog altijd iets dubbels is bij mij. Want je denkt toch altijd: de menselijkheid moet blijven bestaan. Mensen zeggen: het wordt te veel ontmenselijkt, we moeten terug naar het menselijke. En dan zeggen ze weer: dat menselijke is allemaal goed en wel, maar we moeten het toch beter via technologie doen. Het zal met ups en downs gaan. Maar ik hoop dat een hele hoop mensen op zijn minst eens hun businessmodel in ChatGPT gooien en vragen: wat vind je ervan? Zelfs de gratis versie, waarvoor je niet eens moet aangemeld zijn. En vraag het ook aan mensen die er wat meer van afweten: is dit goed, of kan je me nog iets anders aanraden? Je moet wel naar jezelf kunnen kijken als een buitenstaander, vind ik. Dat is belangrijk. Want de anderen, degenen die jij als klant wil, zijn buitenstaanders. Dus je moet hun blik kennen.

Jan: Ik zeg altijd tegen mijn klanten: dankzij AI wordt de mens eigenlijk nog belangrijker. Zal de mens in de toekomst de onderscheidende factor worden?

Stijn: Ik hoop het ook, omdat ik zelf relevant wil blijven en omdat ik weet hoe belangrijk verbinding is. Ook weer met covid: de wederzijdse afhankelijkheid. Ik ben eigenlijk gewoon gelukkig als mensen iemand gevonden hebben die hun op zijn minst een goed gevoel geeft. Ik weet hoe fijn het is om een goed gevoel te hebben, en ik zie die mensen stralen. Of het nu een tennisclub is of een dartsclub: ik zie ze stralen omdat ze met mensen bezig zijn. Dat is wat mij raakt en vooruitstuwt, sinds ik me met mensen bezighoud.

Jan: Dat is een mooie eigenschap. Stijn, ik leg in elke aflevering een paar quotes voor aan mijn gasten, en ik wil er jou ook een drietal voorleggen. De eerste: wie geeft zonder te rekenen, verdient uiteindelijk het meest.

Stijn: Ja, als je geeft aan mensen die je inspanning waard zijn. Dat is de voorwaarde. De voorwaarde is niet dat ze het teruggeven, de voorwaarde is: zijn ze het waard? Ik zie ook mensen die beïnvloed worden door zulke zinnetjes en die zeggen: ik heb heel veel gegeven, maar ik heb van al die mensen nooit iets teruggekregen. Dat is een spijtige conclusie. Als dat hen tegenhoudt om te blijven geven, wat de beste manier is om er te geraken, is dat doodzonde. Dus ik reken op zijn minst op dankbaarheid, wederkerigheid, de intentie bij de ander om mij ook iets te gunnen. Vanuit: amai, wat jij voor mij gedaan hebt, vind ik eigenlijk geweldig, ik ga aan jou denken. Dat ze aan mij denken, vind ik al fantastisch.

Stijn: Stel je voor: je laat iemand honderdduizend euro verdienen, en twee weken later vraag je: weet je nog, die gast die je dat contact gegeven heeft? Nee. Wie was dat alweer? Dat vind ik doodzonde. Dan scheelt er iets met die mens, of met mij, of met onze relatie. Dan is er geen relatie, geen wederkerigheid. De weegschaal moet langs twee kanten bewegen. Maar ik aanvaard dat ik van sommigen heel veel krijg en weinig teruggeef, en omgekeerd. En op zijn minst ga ik die persoon een paar keer vermelden op sociale media, met die luidspreker, om te zeggen: ik heb van die persoon toch veel gekregen. Daarmee heb ik waarschijnlijk ook al iets teweeggebracht.

Jan: Absoluut. Dat valt weer samen met je woord synergie. Een tweede quote: een scheidsrechter is een betere leider dan de meeste CEO's.

Stijn: Scheidsrechters die managen, op voorwaarde dat ze managen. Als ik bij de jeugd arbiters zie die eigenlijk geen arbiter zijn maar het moeten doen, die lopen daar rond als een half kapotgereden duif die zijn laatste adem uitblaast. Versus een echte arbiter, die aan het communiceren is. Er zijn mensen die af en toe arbiter zijn, en ik vind dat fantastisch, maar die managen niet. Die zijn niet aan het anticiperen. Die gaan niet naar een situatie toe sprinten waar mensen kop aan kop zouden kunnen gaan, om te zeggen: ik ben hier. Eventueel keihard blazen, zodat die mensen hoofdpijn krijgen. Of een kaart vastpakken, niet om ze te tonen, maar om te zeggen: ik heb mijn holster al vast. Dus op voorwaarde dat arbiters managen, denk ik dat ze betere leiders zijn dan veel CEO's.

Jan: Een bijvraagje daarbij: bij scheidsrechters die op niveau fluiten, zie je daar bepaalde jobs of professionele nevenactiviteiten terugkomen?

Stijn: Dat zijn vaak mensen die goed zijn in omgaan met mensen. Of het zijn eigenaars of verkopers. Je moet ook jezelf verkopen om er te geraken. Bij trainers zie je heel vaak politiemensen of leraars. Bij arbiters veel minder. Je zou kunnen zeggen dat arbiters misschien iets minder groepsmens zijn en iets meer ondernemend dan een trainer. Wij gaan niet in overleg zoals een trainer: het is zo, het is mijn beslissing. Vertegenwoordigers zijn wel goed vertegenwoordigd, heb ik gemerkt. Kan je daarin meegaan?

Jan: Daar kan ik in meegaan. Dat zijn vrij commerciële, communicatieve functies. Ik ga naar de derde quote springen. Ik vrees dat je daar niet mee akkoord gaat: AI maakt netwerkevents overbodig.

Stijn: Daar ga ik inderdaad niet mee akkoord. Niet omdat ik het per se wil verdedigen. Moet het stoppen, dan is het maar zo, en dan doe ik iets anders. Dat is niet vanuit angst. Maar ik heb ondervonden dat puur de energie van bij elkaar zijn heel veel waard is. Zelfs voor deze podcast. We gebruiken de technologie om hem op te nemen, maar ik had de neiging om te zeggen: ik rij naar jou. Dat is beter dan vanop afstand.

Jan: Klopt.

Stijn: Net zoals de mensen die hiernaar geluisterd of gekeken hebben. Dank jullie allemaal om te kijken en te luisteren trouwens, ik hoop dat je iets geleerd hebt. Maar ze hadden er nog beter bij gezeten op een event. Want dan konden ze zeggen: hé, wat jij nu zegt, wacht eens. Dan kon daar interactie uit voortkomen, kon ik hun misschien een goed gevoel geven, iets bevestigen, een andere visie geven, een antwoord op hun vraag. Elkaar zien is toch een heel ander gevoel dan elkaar niet zien. Dit hier is de tussenweg. Dit komt al voor 30 à 40 procent in de buurt, want ik zie een deel van de persoon en ik kan de lichaamstaal voor een deel lezen. Maar niet helemaal.

Stijn: Mensen hebben gewoon energie. We voelen: ik heb die mensen graag in mijn buurt, en die reageren ook op wat ik doe. Ik kan me niet inbeelden dat er binnen zoveel jaar geen netwerkevents meer zijn. Ze zullen wel veel efficiënter verlopen. Want mensen gaan onderweg naar het event misschien in de auto horen: je moet vandaag waarschijnlijk contact opnemen met Jan Schevenels. Als hij er is, spreek hem zeker aan, en hij is geconnecteerd met je kameraad. Dan ben ik een stukje AI aan het gebruiken. Maar de menselijke warmte, het gevoel, de energie, oogcontact, een grapje, humor: zoveel zaken die mensen verbinden. Wat denk je zelf, Jan?

Jan: Ik denk dat het menselijke echt aan aandacht gaat winnen, omdat we zoveel processen binnen onze bedrijven met AI zullen kunnen automatiseren, waardoor er meer tijd en ruimte komt voor sociale contacten, voor het uitwisselen van menselijk contact. En ik hoop ook dat mensen daarop zullen inzetten. Alles wijst in de richting dat we meer en meer dingen zullen kunnen uitvoeren, ook als solo-ondernemer. Ik denk dat die events alleen maar aan belang gaan winnen. Misschien niet per se alleen voor het zakelijke, maar ook voor de zuivere menselijke factor.

Stijn: Ze vervangen eigenlijk de koffiemachine, de babbeltjes daar. Wat jij vertelt, heeft iemand anders mij ook verteld: sinds hij met zijn bedrijf meer kan automatiseren met AI, gaat alles rapper en heeft hij meer tijd om buiten te komen. Wat ik de laatste tijd vanuit eigen ervaring merk, Jan, is dat er heel wat mensen buitenkomen die het moeilijk hebben met mensen. Want ze zitten met: oei, hier wordt veel geautomatiseerd, het wordt goedkoper, je kan met de hele wereld in zee gaan, ik moet werk gaan zoeken. En dan komen die buiten. Ik vraag hun: welke vragen heb jij, wat is je plan, hoe gaan we het aanpakken op het event? Radiostilte. Ik denk dat de netwerkmarkt de komende jaren overspoeld gaat worden door mensen die zeggen: ik ben developer en ik heb te weinig opdrachten, dus ik moet buitenkomen. Wat denk je er zelf van?

Jan: Ik denk dat die transitie op dit moment al volop aan de gang is, en dat ze alleen maar gaat uitbreiden. Ik zeg dagelijks tegen mijn veertienjarige zoon: de toekomst is voor de mensen die zichzelf kunnen aanpassen aan de nieuwe wereld, waarin we in mijn persoonlijke visie heel wat geautomatiseerd gaan beleven. Er gaan heel veel jobs sneuvelen, zoals ik het zie. Dus we gaan ook naar een andere invulling van het leven moeten, en ook anders moeten gaan ondernemen. Op dat gebied staan we voor boeiende tijden.

Jan: Een van de slotvragen, Stijn. Je hebt al een heel mooie uitleg gegeven over hoe ondernemers beter kunnen netwerken. Maar welke andere tips zou jij nog willen meegeven, los van het netwerkverhaal? Wat moet een ondernemer vandaag zeker doen, waar hij niet over moet twijfelen?

Stijn: Video. Video op LinkedIn. Doe het alsjeblieft. Iemand zei een paar dagen geleden nog: iedereen moet een YouTube-strategie hebben. Mensen zeggen dan: YouTube, dat gaat traag. Maar kijk eens hier: deze video's komen ook op YouTube, Jan.

Jan: Absoluut, die verschijnen op YouTube en Spotify.

Stijn: Dan wordt dat maar honderd keer bekeken, of dertig, of tweehonderd. Maar als je in die podcast komt zitten en je die video overal gaat delen, wordt hij meer bekeken. Ik probeer dat zelf ook te gebruiken. Ik heb er tijd en energie in gestoken, en dat rendeert. Tot er iemand geraakt wordt, die zegt: dat was keitof, en die zich openstelt. Dus video is echt belangrijk. Ik heb ook mijn TikTok-strategie. Ik kwam een tijd geleden bij een bedrijf in Leuven binnen, met een heel mooie visie op hoe je met je medewerkers omgaat om ze betrokken te houden, onder andere door hun aandelen in het bedrijf te geven. Aan de balie zit een vrouw, ouder dan ik, en die zegt: ik ken je van TikTok. Via haar dochter, die mijn filmpjes had laten zien.

Stijn: Dus die kinderen zijn eigenlijk indirecte influencers. En binnen tien jaar zijn zij ook mijn klanten. Daar denk ik soms aan, Jan. Hoe zalig is dat? Op een voetbalveld kennen twee, drie, vier spelers van 18, 19, 20 jaar mij, omdat ze de filmpjes gezien hebben die ik nog maar een paar maanden geleden begonnen ben. Maar de 12-, 13-, 14-, 15-jarigen uit de streek kennen mij bijna allemaal, als ze geïnteresseerd zijn in voetbal en een gsm hebben. Die laten aan hun ouders zien: kijk eens hier, die man komt in onze buurt fluiten. Dat gaat rond. Binnen tien jaar komen die allemaal op de arbeidsmarkt. Daar zitten ook vertegenwoordigers en CEO's tussen. Hoe zalig gaat het zijn dat zo'n hoop mensen gaan zeggen: ik ken je al jaren? Dus vandaar zet ik ook in op TikTok Lives.

Stijn: En om de bedrijfspagina op LinkedIn volle bak te boosten: daar geef ik geregeld tips over. Onder andere voldoende content maken die ervoor zorgt dat mensen over je babbelen, en video gebruiken. Of een pdf-carrousel, zodat mensen lang op je post blijven hangen. Binnen tien jaar komen al die jongeren op de markt, dus waarom zou je het niet doen? Enerzijds zijn ze binnen tien jaar je publiek, en daarnaast zijn ze nu al indirecte influencers. Maar je moet het niet per se vanuit je bedrijf doen. Als Jan Schevenels bijvoorbeeld een straffe coureur is en filmpjes maakt over het fietsen met zijn vrienden, over een mooie route, dan interesseert dat duizenden mensen. Voor de meeste bedrijven is het toch een stuk moeilijker om zulke dingen te maken.

Stijn: Ik maak 90 procent van de tijd filmpjes over het voetbal, wat heel veel mensen interesseert. En 10 procent van de tijd vertel ik wat ik nog doe, want ze vragen mij regelmatig: wat doe jij nog van job? Is dit je vaste job, filmpjes maken? Nee, dit is mijn job. Binnen tien jaar, als die mensen op LinkedIn beginnen te gaan, gaat Netwerkers.be duizenden volgers bijkrijgen die nu nog geen LinkedIn hebben. Dat is een enorme groei. En ik zeg tegen mensen ook: YouTube, TikTok, bijna niemand zit daar met video op. De mensen doen het niet, ze hebben er geen strategie achter.

Stijn: Begin op zijn minst op LinkedIn, waar je toch al zit en al een paar honderd volgers of connecties hebt, eens met een video. Maar laat die video wel reviewen. Niet door vrienden die gewoon zeggen: goed gedaan. Laat je vrienden hem bijvoorbeeld aan anderen tonen en vragen: wat vind je van dit filmpje? En als die allemaal zeggen dat het op niks trekt: waarom dan? Met die feedback van je netwerk kan je iets doen. Ik hoor heel vaak ondernemers zeggen: mijn website, mijn team vindt die geweldig. Dan zeg ik: maar die is niet bedoeld voor je team. Je moet via hen proberen anderen te raken die je niet kennen.

Stijn: Ik zie soms dingen verschijnen waarvan ik denk: aiaiai, stop ermee en laat eens een andere wind door je bedrijf waaien. Zoals ik altijd zeg: if you scratch my back, I scratch yours. Laat een bevriende ondernemer een video van jou opnemen, iemand met wie je een goede vibe hebt. Bij een goed glas, of in de natuur zoals ik altijd doe. En jij doet het voor hem of haar ook. Maar je moet een goede vibe hebben. Je moet niet staan sterven voor de camera. Je wil een levendige mens, geen zombie. Maar begin alsjeblieft met video.

Jan: Ik vind dat een van de gouden tips van vandaag, en ik hoop dat veel LinkedIn-creators dit gezien en gehoord hebben, zodat LinkedIn weer wat meer aantrekkingskracht mag krijgen.

Stijn: En misschien bewerkstelligen dat mensen er wat meer dynamiek gaan tonen. Dat zou tof zijn.

Jan: Voilà. Mijn slotvraag, Stijn, die ik aan iedereen stel: als ik jou binnen vijf jaar opbel, waar vind ik Stijn? Wat doet Stijn?

Stijn: Het zou kunnen dat ik in het buitenland zit, omdat ik nu al merk dat ik meer en meer naar het buitenland ga. Ik ben heel graag in andere landen. Maar wonen nog niet, want ik heb mijn kinderen hier. Binnen vijf jaar woon ik nog altijd in België. Dat is dan 2031, klopt dat?

Jan: Ja, toch wel.

Stijn: 2031, my god. Absoluut: ik woon nog altijd in België, ik ben nog altijd arbiter, en ik ben nog altijd bezig met Netwerkers.be. Ik ben ervan overtuigd dat dat gaat blijven groeien en versterken. Je moet wel content geven die de mensen interesseert, al vertel je over kleiduifschieten, als dat maar veel mensen aantrekt. Ik denk wel dat ik nog een beetje meer in het buitenland ga zijn dan nu het geval is.

Jan: Oké. Stijn, is er nog iets wat je aan de kijkers en luisteraars wil vertellen en nog niet hebt kunnen vertellen?

Stijn: Ik wil eigenlijk aan de mensen zeggen dat heel veel mensen een leven hebben waarin het eens goed gaat en eens slecht. Dat is eigenlijk bij iedereen zo. Je hebt ups en downs. Jean-Marie Pfaff heeft dat in andere woorden altijd gezegd: in een up wil iedereen je vriend zijn, in een down lopen ze het liefst allemaal weg. Hoe kun je ervoor zorgen dat je mensen vindt die er zowel in een up als in een down voor je zijn? Door voor hen belangrijk te zijn, impact te hebben, waarde te geven. Dat raad ik de mensen aan. Dan ga je merken dat je mensen hebt die er voor jou ook gaan zijn als het moeilijk is.

Jan: Ik vind dat prachtige woorden om af te sluiten. En ik denk dat we met jouw verhaal heel wat ondernemers hebben kunnen inspireren.

Stijn: We gaan minstens voor 125, hé Jan?

Jan: We gaan minstens voor 125, absoluut. Goed, Stijn, ik ga je bedanken, en we zien elkaar wel eens in een voetbalkantine.

Stijn: Sowieso binnen vijf jaar, om te horen wat er van klopt. En waarschijnlijk ook vroeger, ergens in het Leuvense of in het Hageland.

Jan: Ik vind dat we het daar moeten houden. Stijn, bedankt, en bedankt aan de luisteraars en kijkers. Tot de volgende!

Stijn: Bedankt.

Verder luisteren